Toen de Wet op de ondernemingsraden (WOR) ook van toepassing werd op de overheid, gold één uitgangspunt: de overheid volgt in principe dezelfde medezeggenschapsregels als het bedrijfsleven, tenzij de bijzondere positie van de overheid als democratisch bestuur maakt dat medezeggenschap de politieke besluitvorming zou doorkruisen.
Die “tenzij” noemen we het politiek primaat. In gewone taal:
- Democratisch gekozen of gecontroleerde organen (gemeenteraad, Provinciale Staten, Tweede Kamer, college van B&W, GS, minister) bepalen de politieke koers.
- Zij hoeven hun politieke afwegingen niet te laten afhangen van het formele advies- of instemmingsrecht van de ondernemingsraad.
- De OR kan een politieke keuze dus niet via de WOR blokkeren of laten overdoen.
Belangrijk detail: in de wetsgeschiedenis is bewust geen scherpe grens getrokken. De wetgever vond het lastig om exact vast te leggen waar het politiek primaat begint en eindigt en liet die afbakening over aan praktijk en rechtspraak.
Gevolg: het politiek primaat is een open norm. Dat geeft onzekerheid, maar óók speelruimte.
Zie daar het lastige patroon waarover menigeen zich het hoofd breekt met de vraag: hoe te doorbreken?













