Andere blogs die interessant kunnen zijn:

Vertrouwen tussen OR en bestuurder: wat de theorie van Covey ons leert

Onuitgesproken verwachtingen zijn geplande teleurstellingen. Dat is mijn persoonlijke motto. Dit geldt voor elke relatie. In de liefde, in vriendschap, tussen buren, op je werk. En het is bepalend voor de relatie tussen ondernemingsraad en bestuurder. Want loopt het overleg soepel, dan worden besluiten sneller genomen en is er voldoende ruimte voor de inhoud. Loopt het stroef, dan groeit het wantrouwen, worden vragen procedureel en ontstaat er een stroperig overleg. Stephen M.R. Covey vatte dat in zijn boek The Speed of Trust in één gedachte: vertrouwen is helemaal niet soft, maar een keiharde factor die bepaalt hoe snel en hoe goed je samenwerkt. In deze blog leg ik uit wat zijn theorie betekent voor de medezeggenschap — en waar ook mogelijke valkuilen zitten.
Vertrouwen is geen soft gedoe
Covey’s kerngedachte is simpel: vertrouwen beïnvloedt rechtstreeks de snelheid én de kosten van samenwerken. Waar vertrouwen hoog is, gaan besluiten sneller, is er minder controle nodig en werken mensen makkelijker samen. Waar vertrouwen laag is, ontstaat vertraging: meer overleg, meer juridische gedoe, meer controle en meer defensief gedrag. Covey noemt dat het verschil tussen de trust dividend en de trust tax. Vertrouwen levert dividend op; wantrouwen legt een ‘verborgen belasting’ op alles wat je samen doet.
Vertaald naar de OR-tafel: in een sfeer van wantrouwen kost één adviesaanvraag drie keer zoveel vergaderingen, gaat elke vraag gepaard met een verwijzing naar de WOR, en wordt elk antwoord juridisch dichtgetimmerd. Niet omdat de inhoud zo ingewikkeld is, maar omdat niemand elkaar nog op zijn woord gelooft. Die belasting betaal je in tijd, energie en — uiteindelijk — in de kwaliteit van de besluiten.
Twee pijlers van vertrouwen: karakter én competentie
Vertrouwen is volgens Covey geen naïef geloof in de goede bedoelingen van de ander. Het rust op twee pijlers. De eerste is karakter: ben je integer, eerlijk, transparant? De tweede is competentie: kun je leveren wat je belooft?
Allebei zijn nodig. Een bestuurder kan oprecht het beste voorhebben (karakter), maar als de informatie te laat, te mager of te gekleurd op tafel komt (competentie van het proces), brokkelt het vertrouwen af. En andersom: een OR kan integer en betrokken zijn, maar als de adviezen blijven hangen in details en de grote lijn missen, verliest de bestuurder vertrouwen in de OR als serieuze gesprekspartner. Alleen aardig zijn voor elkaar is dus niet genoeg.
Golven van vertrouwen voor de OR
Covey beschrijft vijf ‘golven’ van vertrouwen. Voor de medezeggenschap zijn er twee bijzonder relevant.
Relatievertrouwen is het vertrouwen dat groeit of daalt door concreet gedrag aan tafel. Eerlijk communiceren, afspraken nakomen, fouten erkennen, verwachtingen helder maken en elkaar niet achter de rug ondermijnen. Vertrouwen is hier geen gevoel, maar het gevolg van zichtbaar gedrag — van beide kanten.
Organisatievertrouwen is het vertrouwen dat wordt versterkt of afgebroken door systemen, structuren en cultuur. Een organisatie kan mooie waarden op papier hebben, maar als de informatievoorziening, de besluitvorming en de manier waarop de bestuurder de OR betrekt wantrouwen uitstralen, ontstaat alsnog traagheid en cynisme. Hier raakt Covey precies aan waar de OR naar kijkt: niet het incident, maar het patroon.
Gedrag dat vertrouwen bouwt
Covey benoemt dertien concrete gedragingen die vertrouwen opbouwen. Ik licht er hier een paar uit die specifiek voor de relatie tussen OR en bestuurder van belang zijn:
- Praat rechtuit. Zeg wat je bedoelt, zonder verborgen agenda.
- Creëer transparantie. Deel informatie tijdig en volledig, ook als het ongemakkelijk is.
- Verduidelijk verwachtingen. Maak expliciet wat je van elkaar verwacht — want onuitgesproken verwachtingen zijn geplande teleurstellingen.
- Confronteer de werkelijkheid. Leg de lastige onderwerpen op tafel in plaats van eromheen te dansen.
- Kom afspraken na. Niets bouwt vertrouwen sneller op, en niets breekt het sneller af.
Het mooie aan deze gedragingen: het zijn keuzes. Vertrouwen is niet iets wat je ‘hebt’ of ‘niet hebt’ — het is iets wat je bij elk gesprek en elke afspraak opbouwt of afbreekt.
Vertrouwen is geen blanco cheque
En nu de belangrijke nuance, want de praktijk is weerbarstig, waardoor het ook vaak mis kan gaan. Vertrouwen betekent níét dat je je formele rechten, je toetsing of je controle opgeeft. Covey waarschuwt daar zelf voor: gezond vertrouwen combineert openheid met duidelijkheid, bewezen competentie en goed toetsbare afspraken.
Voor de OR is dat essentieel. ‘We vertrouwen elkaar toch?’ mag nooit het argument worden om het advies- of instemmingsrecht geruisloos in te leveren. Een bestuurder die zegt ‘laten we het informeel houden’ bedoelt daar soms iets anders mee dan wat de OR eronder verstaat. Echt vertrouwen vraagt juist om heldere afspraken over rollen, informatie en momenten van betrokkenheid — niet ondanks het vertrouwen, maar als fundament eronder. Vertrouwen en goede afspraken zijn geen tegenpolen; ze versterken elkaar.
Tips voor de OR
- Benoem expliciet wat je van de bestuurder verwacht qua informatie en timing — en vraag hetzelfde andersom.
- Benoem de onderliggende behoefte, de waarde die daarbij voor jullie essentieel is.
- Kijk naar patronen, niet alleen naar incidenten: waar loopt het structureel stroef, en wat zegt dat over de cultuur?
- Lever zelf ook: zorg dat je adviezen scherp, tijdig en op hoofdlijnen zijn. Competentie bouwt vertrouwen.
- Maak lastige onderwerpen bespreekbaar in plaats van ze direct procedureel aan te vliegen.
- Leg vertrouwen vast in werkafspraken, niet alleen in intenties. Een convenant dat verwachtingen vanuit waarden in werkafspraken concreet maakt, ondersteunt de relatie.
- Geef vertrouwen: wie alleen maar controleert, krijgt zelden vertrouwen terug.
Relevante link
Ook interessant
Vragen naar aanleiding van onze blogs?
Onze collega Annette is onder andere verantwoordelijk voor de blogs. Ze beantwoordt graag je vragen!



