Afbeelding voor OR-invloed bij benoeming bestuurder in de praktijk
Afbeelding voor OR-invloed bij benoeming bestuurder in de praktijk
Hulp nodig?

Kees kan je verder helpen op het gebied van advies.

Mede omdat..
  • Maatwerk standaard bij ons is
  • 300+ tevreden klanten
  • Binnen 1 werkdag antwoord
Advies

OR-invloed bij benoeming bestuurder in de praktijk

Afbeelding voor OR-invloed bij benoeming bestuurder in de praktijk

Benoeming of ontslag van een bestuurder is zelden een neutraal moment. Het gaat niet alleen om een personele wisseling, maar om de vraag hoe de samenwerking, overlegcultuur en medezeggenschap zich de komende jaren ontwikkelen. Juist dan kan de ondernemingsraad (OR) met artikel 30 WOR inhoudelijk invloed uitoefenen—mits je het adviesrecht slim organiseert: vroeg instappen, rolzuiver blijven en sturen op proces én profiel.

Onderstaande praktijkcasus uit een gemeente laat zien hoe je artikel 30 WOR niet “achteraf” inzet, maar als procesrecht: invloed op het profiel, de inrichting van het traject en de toets op de toekomstige overlegrelatie—zonder dat de OR mede‑selecteur of mede‑werkgever wordt.

De casus

In een gemeente kondigde de gemeentesecretaris zijn vertrek aan vanwege een benoeming elders. Tijdens een starttraining van de nieuwgekozen OR werd kort voor de lunch een mystery guest aangekondigd: de burgemeester.
De burgemeester maakte direct duidelijk dat de situatie urgent was. Ze vroeg de OR om snel mee te schakelen, niet pas wanneer er al een kandidaat voorgedragen zou worden.
De OR pakte die uitnodiging direct aan. De voorzitter kreeg een helder mandaat om namens de OR aan te haken in het proces, met de plaatsvervangend voorzitter als sparringpartner. Belangrijker nog: de OR sprak af om niet te starten bij ‘wie’ de nieuwe bestuurder moest worden, maar bij ‘wat’ de organisatie nodig had in de volgende fase—en dat te vertalen naar het profiel en het latere advies.

Na vertrek van de burgemeester schakelde de trainer direct door het programma aan te passen. Ter plekke werd de OR uitgedaagd om samen een analyse te maken van de organisatie en van daaruit te komen tot een gewenst leiderschapsprofiel voor de nieuwe gemeentesecretaris. Dit vormde input voor een advies over het profiel waarop de werving zou starten.

Artikel 30 WOR geeft de OR adviesrecht bij een voorgenomen besluit tot benoeming of ontslag van een bestuurder (in de zin van de WOR). De ondernemer moet de OR tijdig informeren over het voornemen, de beweegredenen en—bij benoeming—informatie verstrekken waarmee de OR zich een oordeel kan vormen over de kandidaat in relatie tot de functie. Via de koppeling met artikel 25 WOR hoort daar bovendien minimaal één overlegvergadering bij voordat de OR adviseert. De praktische crux: als je pas aan het eind wordt betrokken, wordt het advies al snel een formaliteit; echte invloed ontstaat wanneer je het proces naar voren haalt.

De OR pakte direct positie: mandaat, rolverdeling en timing waren snel duidelijk.
De OR begon bij de inhoud: wat heeft de organisatie nodig? Dat werd vertaald naar een toetsbaar profiel (leiderschap, benaderbaarheid, overlegstijl).
De OR koos zijn interventies bewust: niet overal aan tafel, maar wel bij de stappen die het proces en de uitkomst bepalen.
De OR bleef rolzuiver: meedenken en toetsen, zonder onderdeel te worden van de selectie of een persoonlijk oordeel centraal te zetten.

Het kantelpunt

Het beslissende moment zat in de timing. Als de OR pas aan het einde van het traject was betrokken, zou het adviesrecht vooral een formaliteit zijn geworden. Door juist aan de voorkant invloed te organiseren op profiel, proces en overlegmomenten, kreeg artikel 30 WOR praktische betekenis.

Aanpak

In het vervolg maakte de OR een paar gerichte proceskeuzes om invloed te houden én rolzuiver te blijven:

  • meedenken over de keuze van het werving- en selectiebureau;
  • formeel advies over het profiel (met nadruk op opgave en overlegstijl);
  • een rol in de voorselectie (brieven/cv’s) op basis van het profiel;
  • deelname aan de benoemingsadviescommissie (niet aan de selectiecommissie);
  • een ‘click-gesprek’ met de voltallige OR met de beoogde kandidaat, voorafgaand aan het advies.

Tegelijk bleef de rol zorgvuldig afgebakend. De OR werd geen mede‑werkgever en ging niet ‘mee‑selecteren’ in de commissie die kandidaten rangschikt. Daardoor bleef het advies onafhankelijk en geloofwaardig, terwijl de invloed op profiel, proces en toetsmomenten wél groot was.

Illustratief was de keuze voor het werving‑ en selectiebureau. De OR‑voorzitter pleitte voor een kleiner bureau dat eerst breed in de organisatie beelden ophaalde. Dat voorstel gaf de doorslag en hielp om het traject beter te laten aansluiten bij de organisatiecultuur.

Wat werkte

  • Vroeg betrokken raken, niet pas bij een eindkandidaat.
  • De opgave van de organisatie vertalen naar een helder profiel.
  • Duidelijk mandaat en rolverdeling binnen de OR.
  • Invloed uitoefenen op proces en toetsmomenten, zonder mede-werkgever te worden.
  • De toekomstige overlegrelatie expliciet meewegen in het advies.

Resultaat

De OR kreeg in deze casus geen symbolische, maar daadwerkelijke invloed op het traject. Niet doordat de OR de benoeming overnam, maar doordat het profiel, het proces en de beoordeling van de overlegstijl tijdig onderdeel werden van het adviesrecht.

Daardoor werd artikel 30 WOR meer dan een formele stap achteraf. Het werd een instrument om aan de voorkant mee te denken over de voorwaarden voor goed bestuur en een werkbare samenwerking tussen bestuurder en OR.

Checklist voor OR

  • Word je vroeg betrokken, of pas als er al een kandidaat ligt?
  • Heb je scherp wat de organisatie nu nodig heeft (opgave, cultuur, leiderschapsstijl)?
  • Waar wil je wél invloed (profiel, bureaukeuze, toetsmomenten) en waar juist niet?
  • Is het mandaat duidelijk en blijft de OR rolzuiver (advies/toets, geen mede‑selectie)?
  • Is het adviesmoment inhoudelijk voorbereid en gekoppeld aan (minimaal) een overlegvergadering?

Afsluiting

Benoeming van een bestuurder is een kantelpunt voor iedere organisatie. Artikel 30 WOR biedt de OR op dat moment een duidelijke positie, maar het effect daarvan hangt af van de manier waarop die positie wordt ingevuld.

Deze casus laat zien dat een OR door scherp te sturen op timing, proces en rolafbakening wezenlijke invloed kan uitoefenen, zonder de bestuurlijke verantwoordelijkheid over te nemen. Juist door professioneel en strategisch te opereren, werd artikel 30 WOR hier meer dan een formaliteit: het werd een instrument om de basis te leggen voor een duurzame samenwerking.

Relevante links

Vragen naar aanleiding van onze blogs?

Onze collega Annette is onder andere verantwoordelijk voor de blogs. Ze beantwoordt graag je vragen!

Mede omdat

onze blogs uitdagen en je laten nadenken

Nieuwsgiering?