Afbeelding voor Informatierecht in de praktijk: wat als een bestuurder een rapport achterhoudt?
Afbeelding voor Informatierecht in de praktijk: wat als een bestuurder een rapport achterhoudt?
Hulp nodig?

Kees kan je verder helpen op het gebied van advies.

Mede omdat..
  • Maatwerk standaard bij ons is
  • 300+ tevreden klanten
  • Binnen 1 werkdag antwoord
Advies

Informatierecht in de praktijk: wat als een bestuurder een rapport achterhoudt?

Afbeelding voor Informatierecht in de praktijk: wat als een bestuurder een rapport achterhoudt?

Soms zegt een bestuurder niet dat informatie geheim is, maar dat de ondernemingsraad die informatie eenvoudigweg niet nodig heeft. Dat lijkt een klein verschil, maar juridisch is het dat niet. Juist op dat onderscheid ontsporen in de praktijk veel discussies over artikel 31 WOR.

In deze casus uit een gemeente speelde precies dat. Er lag een bestuurskrachtanalyse van de ambtelijke organisatie. Het rapport was afgerond, maar werd niet met de OR gedeeld. De bestuurder stelde dat dit ook niet hoefde, omdat het onderzoek in opdracht van het college was uitgevoerd. Tegelijkertijd werd binnen de organisatie al gesproken over besluiten die duidelijk op dat rapport waren gebaseerd.

De kernvraag was daarom niet alleen of de OR “recht had op het rapport”, maar vooral hoe je omgaat met een bestuurder die formeel correct opereert, maar materieel informatie achterhoudt. En minstens zo belangrijk: hoe dwing je toegang tot die informatie af zonder het conflict direct juridisch te laten escaleren?

De casus in het kort

Binnen de gemeente was onderzoek gedaan naar de bestuurskracht van de organisatie. De OR wist van het bestaan van het rapport, maar kreeg het niet verstrekt. De bestuurder vond dat de OR deze informatie niet nodig had, omdat het college opdrachtgever was geweest.

Informeel kreeg de OR delen van het rapport onder ogen. Kort daarna ontving de OR signalen dat besluiten in voorbereiding waren die direct herleidbaar waren tot de uitkomsten van het onderzoek. Toen de OR opnieuw om het rapport vroeg, bleef de bestuurder terughoudend.

Niet veel later kondigde de bestuurder een voorgenomen besluit aan over het functiegebouw, met name de topstructuur. Ook in dat traject bleef de informatievoorziening beperkt, ondanks herhaalde verzoeken. De OR werd geacht te adviseren, terwijl de onderliggende analyse buiten beeld bleef.

De juridische kern: artikel 31 WOR functioneel toegepast

Artikel 31 WOR koppelt het informatierecht niet aan de vraag wie formeel opdrachtgever was van een document, maar aan de vraag of de OR de informatie redelijkerwijs nodig heeft voor de vervulling van zijn taak. Die functionele benadering van het informatierecht hebben wij uitgebreider uitgewerkt in ons basisartikel over artikel 31 WOR – het informatierecht van de OR.

De maatstaf is dus niet formeel, maar inhoudelijk: speelt dit stuk een rol in beleidsvorming of besluitvorming die de OR raakt? Als dat zo is, valt het document in beginsel binnen het bereik van artikel 31 WOR.

In deze casus was dat op meerdere niveaus het geval.

Ten eerste raakt een bestuurskrachtanalyse direct aan de algemene taak van de OR zodra de uitkomsten worden gebruikt bij organisatie-inrichting, aansturing of wijziging van functies en structuren.

Ten tweede is er de samenhang met artikel 24 WOR. Strategische ontwikkelingen en besluiten in voorbereiding horen tijdig in de overlegvergadering aan de orde te komen. Als een onderzoek feitelijk richtinggevend is voor beleid, maar niet wordt besproken in het artikel 24-overleg, wordt niet alleen informatie onthouden, maar ook het overleg uitgehold.

Ten derde speelt artikel 25 WOR een rol. Bij een voorgenomen besluit over de topstructuur of het functiegebouw moet de OR kunnen beoordelen wat de achtergrond, onderbouwing en gevolgen zijn. Zonder toegang tot de dragende analyse is het adviesrecht feitelijk leeg.

Het spel van de bestuurder

Wat deze casus kenmerkt, is het verschil tussen formele juistheid en materiële werkelijkheid. Formeel klopte het verhaal: het college was opdrachtgever en besluitvormer. Materieel gebeurde iets anders. De uitkomsten van het rapport bepaalden zichtbaar de richting van het beleid, terwijl de OR werd geacht zijn rol te vervullen zonder toegang tot die onderbouwing.

Dat is juridisch kwetsbaar. Informatie mag niet pas beschikbaar komen op het moment dat de richting feitelijk al vastligt. “Tijdig” betekent dat de OR nog reële invloed moet kunnen uitoefenen. Niet alleen achteraf reageren op een besluit dat in essentie al genomen is.

Bestuurders die deze lijn kiezen, onderschatten vaak dat artikel 31 WOR juist bedoeld is om te voorkomen dat informatie wordt gefilterd of gedoseerd op basis van bestuurlijk gemak.

De gekozen aanpak: scherp, maar zonder escalatie

In deze casus is bewust niet gekozen voor directe juridische escalatie. In plaats daarvan is ingezet op een interventie die inhoudelijk en procedureel scherp was, maar bestuurlijk beheerst bleef.

De OR stelde een conceptadvies op, gericht aan het college en in afschrift aan de bestuurder. In dat conceptadvies werd nauwkeurig vastgelegd:

  • welke informatie ontbrak;
  • welke toezeggingen niet waren nagekomen;
  • welke onderwerpen niet in het artikel 24-overleg waren besproken;
  • en waarom die informatie noodzakelijk was voor een zorgvuldige advisering.

Die aanpak verlegde het gesprek van emotie naar dossier. Niet de frustratie stond centraal, maar de concrete vaststelling dat de OR zijn wettelijke taak niet kon uitvoeren zonder toegang tot essentiële informatie.

Tegelijkertijd werd de bestuurlijke werkelijkheid correct geadresseerd. Als het besluit formeel bij het college ligt, is het logisch dat de OR zijn positie ook daar zichtbaar maakt. Daarmee verdwijnt de mogelijkheid voor de bestuurder om zich te verschuilen achter formele rolverdelingen.

De druk bleef hoog, zonder het conflict te personaliseren. De bestuurder reageerde boos, maar de OR bleef rustig en verwees steeds naar de geldende spelregels. Uiteindelijk bewoog de bestuurder, met tegenzin, maar wel voldoende om de OR alsnog in staat te stellen op basis van informatie te adviseren.

Wat maakt deze casus leerzaam?

Deze casus laat zien dat artikel 31 WOR niet ophoudt bij stukken die de bestuurder zelf heeft besteld. Als een rapport onderdeel is van de feitelijke besluitvormingsketen, komt het al snel binnen bereik van het informatierecht.

Ook wordt duidelijk hoe nauw artikel 31 en artikel 24 WOR in de praktijk samenhangen. Wie strategische ontwikkelingen buiten het overleg houdt, ontneemt de OR niet alleen informatie, maar ook de mogelijkheid om tijdig positie te bepalen.

Ten slotte laat deze casus zien dat invloed vaak niet zit in dreiging, maar in precisie. Niet blijven vragen, maar vastleggen. Niet escaleren, maar benoemen wat ontbreekt en waarom dat juridisch relevant is.

Vragen naar aanleiding van onze blogs?

Onze collega Annette is onder andere verantwoordelijk voor de blogs. Ze beantwoordt graag je vragen!

Mede omdat

onze blogs uitdagen en je laten nadenken

Nieuwsgiering?