Andere blogs die interessant kunnen zijn:

Artikel 28 WOR: de rol van de OR bij sociale veiligheid, inclusie en duurzaamheid

Hoe gebruikt de OR artikel 28 WOR om naleving van zorgplichten te bevorderen op het gebied van sociale veiligheid, inclusie, diversiteit en duurzaamheid? Praktische uitleg — en waarom dit artikel juist nu actueel is.
Introductie
Lange tijd was artikel 28 een onderbelicht artikel in de WOR. Het stond er, het werd af en toe genoemd, maar in de praktijk leefde het zelden. Dat is veranderd. #MeToo bracht sociale veiligheid op de bestuurstafel. Inclusie en diversiteit groeiden uit van personeelsthema tot strategisch vraagstuk. Klimaat en duurzaamheid werden ineens harde beleidsthema’s. Stuk voor stuk onderwerpen waar artikel 28 al jaren over gaat — de OR heeft daar dus een wettelijke positie in.
Artikel 28 geeft de OR de bevoegdheid om naleving van afspraken, regelingen, beleid te bevorderen. Daarmee is dit artikel een ingang tot precies de thema’s die organisaties op dit moment niet meer kunnen negeren.
De kern
- De OR heeft als specifieke taak om de naleving van beleid, wetgeving en interne regelingen op het gebied van arbeidsvoorwaarden, arbeidsomstandigheden, gelijke behandeling, antidiscriminatie, werkoverleg en milieu te bevorderen — dat is een actieve, niet alleen toezichthoudende rol.
- Concrete onderwerpen onder artikel 28: gelijke behandeling van mannen en vrouwen, behandeling van werknemers met verschillende achtergronden, integratie van werknemers met een arbeidsbeperking, bestrijding van seksuele intimidatie en agressie, milieu en duurzaamheid op de werkvloer.
- De OR kan over deze onderwerpen voorstellen doen, signalen agenderen en de bestuurder bevragen op zijn beleid en de uitvoering daarvan.
- Veel andere artikelen in de WOR (advies, instemming, informatie) krijgen via artikel 28 een inhoudelijke aanleiding — het is daarmee een katalysator voor andere medezeggenschapsrechten.
Een nieuwe relevantie: van papier naar agenda
Artikel 28 stond decennialang in de schaduw. Tegelijk gebeurde er om organisaties heen iets fundamenteels: de samenleving begon scherper te kijken naar wat er binnen organisaties wel en niet kan. Drie ontwikkelingen tillen artikel 28 nu uit zijn schaduwbestaan.
Sociale veiligheid en #MeToo
Seksuele intimidatie, agressie en grensoverschrijdend gedrag zijn sinds 2017 in een ander licht komen te staan. Wat vroeger als “lastig maar persoonlijk” werd weggeschoven, geldt nu als organisatorisch falen wanneer er geen serieus beleid op zit. Artikel 28 noemt deze onderwerpen expliciet en geeft de OR bevoegdheid om beleid op gedrag, klachtenregelingen, vertrouwenspersonen en cultuur te agenderen. Steeds vaker zien we dat OR’en hier het initiatief nemen — soms vóórdat er een crisis is, soms ná een melding die in de organisatie onbeantwoord bleef.
Inclusie en diversiteit
Gelijke behandeling staat al sinds de jaren tachtig in artikel 28. Wat veranderde, is de scope. Inclusief werkgeverschap gaat tegenwoordig over geslacht én achtergrond én leeftijd én seksuele oriëntatie én neurodiversiteit én arbeidsbeperking. De Europese richtlijnen rond loontransparantie en de Nederlandse wetgeving rond evenredige vertegenwoordiging maken dit ook kwantitatief meetbaar. Voor de OR is dat winst: artikel 28 geeft je een ingang om beleid, cijfers en cultuur te bevragen op een manier die goed onderbouwd is.
Duurzaamheid en milieu
Milieu staat sinds jaar en dag in artikel 28. Wat nieuw is, is de zwaarte van het onderwerp. CSRD-rapportageverplichtingen, klimaatdoelen en stakeholderdruk maken duurzaamheid tot een strategisch dossier in plaats van een marketingbijlage. De OR kan via artikel 28 zowel meekijken op het beleid als zelf voorstellen doen — bijvoorbeeld over energiegebruik, woon-werkverkeer, materialenbeleid of de ESG-rapportage zelf. Voor veel OR’en is dit nieuw terrein, en juist daarom interessant: hier kun je richting geven in plaats van alleen reageren.
Artikel 28 en het initiatiefrecht: een sterke combinatie
De thema’s onder artikel 28 zijn vaak geen klassieke advies- of instemmingsonderwerpen. Er ligt geen formele aanvraag op tafel; de bestuurder moet de OR niet om advies vragen over “diversiteitsbeleid” of “duurzaamheidsstrategie”. Daardoor blijven deze onderwerpen makkelijk hangen. Hier komt het initiatiefrecht (artikel 23.3 WOR) in beeld als logische partner.
Een initiatiefvoorstel rond een artikel 28-onderwerp dwingt de bestuurder om expliciet te zijn over zijn beleid. Wat doet de organisatie aan sociale veiligheid? Welke cijfers zijn er over gelijke behandeling? Welke duurzaamheidsdoelen worden gehaald en welke niet? Dat is precies het type vragen waar OR’en in de praktijk inhoudelijk verschil maken — niet door een veto, maar door agendering en consistentie.
Veelgestelde vragen
Welke onderwerpen vallen precies onder artikel 28 WOR?
Vier categorieën: arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden (overlap met arbo-wetgeving), gelijke behandeling en bestrijding van discriminatie, sociale veiligheid waaronder seksuele intimidatie en agressie, en milieu. In de praktijk wordt de scope steeds ruimer geïnterpreteerd — dingen die “samenleving en bedrijf” raken vallen er vaak onder.
Wat betekent “naar vermogen bevorderen”?
De ondernemingsraad kan zelf weinig realiseren, maar moet wel actief bevorderen dat passend beleid wordt geformuleerd en uitgevoerd. Voor een internationaal concern is dat iets anders dan voor een MKB-bedrijf van vijftig medewerkers. De toets is altijd: wat mag je redelijkerwijs van deze organisatie verwachten op dit thema?
Hoe pak je een artikel 28-onderwerp als OR aan?
Drie stappen werken in de praktijk goed. Verzamel eerst feiten en signalen — uit medewerkersonderzoeken, klachtenregistraties, verzuimcijfers, exit-interviews, achterbangesprekken. Maak vervolgens het patroon zichtbaar: wat zegt de optelsom over hoe de organisatie deze norm naleeft? Doe ten slotte een initiatiefvoorstel of agendeer het in de overlegvergadering — concreet, met een vraag aan de bestuurder.
Hoe verhoudt artikel 28 zich tot het instemmingsrecht?
Veel onderwerpen onder artikel 28 raken aan instemmingsplichtige regelingen (artikel 27 WOR): denk aan een klachtenregeling voor ongewenst gedrag, een verzuim- of arboregeling, een gedragscode of een diversiteitsbeleid met personele consequenties. Artikel 28 geeft de inhoudelijke aanleiding; artikel 27 geeft het instemmingsrecht zodra het beleid wordt vastgelegd of gewijzigd.
Wat doe je als de bestuurder onvoldoende beleid voert op deze thema’s?
Begin met agenderen in de overlegvergadering. Maak het concreet en gedocumenteerd. Vraag een gemotiveerde reactie. Blijft die uit of stelt de reactie teleur, dan kan de OR via een initiatiefvoorstel of via het toezichtskanaal (Inspectie SZW voor arbo, College voor de Rechten van de Mens voor gelijke behandeling) druk opbouwen. Als laatste is er artikel 36 WOR voor formele geschilbeslechting.
Telt CSRD-rapportage ook onder artikel 28?
Indirect ja. CSRD verplicht grote organisaties tot rapportage over duurzaamheid en sociale onderwerpen. De OR heeft via artikel 28 een wettelijke positie ten aanzien van naleving van milieubepalingen en sociale normen — precies de domeinen waarover CSRD rapporteert. Dat geeft de OR een natuurlijke ingang om de rapportage zelf, en het beleid eronder, kritisch te volgen.
Do’s & don’ts
Do’s
- Maak artikel 28-onderwerpen concreet aan de hand van feiten en signalen — zonder cijfers blijft het abstract.
- Combineer artikel 28 actief met het initiatiefrecht (artikel 23.3): juist hier ligt vaak geen formele aanvraag, dus moet de OR zelf het initiatief nemen.
- Volg ontwikkelingen in wet- en regelgeving (CSRD, loontransparantie, Wet seksuele misdrijven) — die geven elk jaar nieuwe haakjes om beleid te agenderen.
- Zoek samenwerking met HR en de vertrouwenspersoon waar dat kan; gedeelde signalen worden eerder serieus genomen.
- Houd ook de uitvoering in de gaten, niet alleen het beleid op papier; daar zit vaak het verschil tussen voornemen en praktijk.
- Schakel waar nodig externe deskundigheid in (artikel 16 WOR) — sociale veiligheid en duurzaamheid zijn vakgebieden geworden.
Don’ts
- Wachten tot er een crisis is voordat je sociale veiligheid agendeert; juist proactief is hier het verschil.
- Een artikel 28-onderwerp aankaarten zonder concrete aanleiding of cijfers; het wordt dan snel als algemeenheid weggewuifd.
- Diversiteitsbeleid laten samenvallen met een hr-jaarplan dat eens per drie jaar verschijnt; dit is een continu thema.
- Aannemen dat duurzaamheid alleen iets is voor RvB en CFO — voor medewerkers raakt het direct aan werk, vervoer en cultuur.
- Vergeten dat artikel 28 een actieve rol vraagt van de OR; alleen toezicht houden is te smal opgevat.
Samenhang met andere artikelen
- Initiatiefrecht (artikel 23.3 WOR): het natuurlijke vehikel om artikel 28-onderwerpen op de agenda te zetten.
- Artikel 23 WOR – overlegrecht: het podium waar thema’s onder artikel 28 worden behandeld.
- Artikel 27 WOR – instemmingsrecht: regelingen rond ongewenst gedrag, klachten, gelijke behandeling en arbo zijn instemmingsplichtig.
- Artikel 31 WOR – informatierecht: bron voor de feiten en cijfers waarop een artikel 28-voorstel rust.
Afsluiting
Artikel 28 was lang het stille artikel van de WOR. Dat is niet meer terecht. Sociale veiligheid, inclusie, diversiteit en duurzaamheid staan vandaag op elke bestuursagenda — soms uit overtuiging, soms uit verplichting, vaak vanuit beide. Voor de OR is dit een opening om mede de richting te bepalen op onderwerpen die er voor medewerkers direct toe doen. Niet door te wachten op een aanvraag, maar door zelf te agenderen. Daarvoor is het instrument er.
Speelt er bij jouw OR een sociaal-veiligheids-, inclusie- of duurzaamheidskwestie waar je inhoudelijk grip op wilt krijgen? Neem contact op met MEDE — we helpen ondernemingsraden om deze thema’s strategisch en concreet op de agenda te krijgen.
Ook interessant
Vragen naar aanleiding van onze blogs?
Onze collega Annette is onder andere verantwoordelijk voor de blogs. Ze beantwoordt graag je vragen!


