Andere blogs die interessant kunnen zijn:

Wanneer stelt de OR beroep in bij de Ondernemingskamer? Over artikel 26 WOR in de praktijk.
Introductie
De OR heeft een zorgvuldig advies uitgebracht over een reorganisatie. Alternatieven zijn benoemd. Risico’s onderbouwd. Voorwaarden geformuleerd. De bestuurder besluit het advies niet te volgen. In de schriftelijke reactie staat dat de OR “zorgvuldig is gehoord”, maar dat de koers ongewijzigd blijft. Of de OR ontdekt dat een besluit al is genomen, terwijl zij niet in de gelegenheid is gesteld om te adviseren. In de OR-vergadering wordt het stil. Gaan we dit laten passeren? Of zetten we een volgende stap? Daar komt artikel 26 WOR in beeld.
De kern
Artikel 26 WOR geeft de ondernemingsraad de mogelijkheid om beroep in te stellen bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam.
Dat beroep is gekoppeld aan artikel 25 WOR (het adviesrecht). Het gaat dus altijd om een adviesplichtig besluit.
Beroep kan aan de orde zijn wanneer:
- de bestuurder een adviesplichtig besluit neemt dat niet overeenstemt met het advies van de OR;
- de OR niet in de gelegenheid is gesteld om te adviseren over een besluit dat onder artikel 25 valt.
In dat laatste geval gaat het erom dat de OR feitelijk buitenspel is gezet bij een adviesplichtig besluit. In de praktijk kan dat via artikel 26 aan de Ondernemingskamer worden voorgelegd.
Belangrijk om scherp te hebben:
- De OR moet beroep instellen binnen één maand nadat zij van het besluit in kennis is gesteld (art. 26 lid 2 WOR).
- Wordt pas later duidelijk dat een besluit al is genomen zonder advies, wacht dan niet met handelen.
- De Ondernemingskamer toetst of de bestuurder in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen (art. 26 lid 4 WOR).
Die toets richt zich niet op de vraag of het besluit “goed” is, maar op:
- de zorgvuldigheid van de procedure,
- de informatievoorziening,
- de manier waarop het advies is meegewogen,
- en de motivering van het uiteindelijke besluit.
Artikel 26 is daarmee geen zelfstandig adviesrecht.
Het is het rechtsmiddel dat hoort bij artikel 25 wanneer het adviesrecht niet zorgvuldig is toegepast.
Veelgestelde vragen – FAQ
Wanneer is beroep kansrijk?
De Ondernemingskamer gaat niet op de stoel van de bestuurder zitten.
Zij beoordeelt of de bestuurder – gelet op alle omstandigheden – in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen.
De centrale vraag is dus niet:
is dit een verstandig besluit?
Maar:
is dit besluit zorgvuldig voorbereid en gemotiveerd, mede in het licht van het OR-advies?
De Ondernemingskamer kijkt onder meer naar:
- Is het advies tijdig gevraagd?
- Heeft de OR voldoende informatie gekregen?
- Zijn de argumenten uit het advies zichtbaar meegewogen?
- Is de motivering navolgbaar?
- Zijn alternatieven serieus onderzocht?
Een verschil van inzicht is onvoldoende.
Het moet gaan om tekortkomingen in proces of belangenafweging.
Voor een DB betekent dit: analyseer eerst scherp waar het knelt. Zit het in de inhoud – of in de manier waarop het besluit tot stand is gekomen?
Moet de OR altijd in beroep als het advies niet wordt gevolgd?
Nee. Artikel 26 is een mogelijkheid, geen automatisme. De vraag is niet alleen of de OR het oneens is met het besluit, maar wat het effect is als zij géén beroep instelt. Soms is het strategisch verstandiger om:
- door te onderhandelen over uitvoeringsvoorwaarden,
- afspraken te maken over monitoring,
- of aanvullende waarborgen vast te leggen.
Soms is beroep nodig om duidelijk te maken dat het adviesrecht geen formaliteit is.
Het besluit om in beroep te gaan vraagt daarom een afweging op twee niveaus:
- juridisch: hoe sterk staat het dossier?
- strategisch: wat betekent deze stap voor de positie van de OR op langere termijn?
Is juridische bijstand verplicht?
Ja. Een procedure bij de Ondernemingskamer is een civiele procedure bij het Gerechtshof Amsterdam. Daar geldt verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat.
Dat betekent:
- De OR kan niet zelf procederen.
- Het beroepschrift wordt ingediend door een advocaat.
- De OR wordt tijdens de zitting vertegenwoordigd door een advocaat.
De beroepstermijn van één maand is strikt. Dat vraagt om een snelle juridische beoordeling zodra het besluit is genomen of bekend is geworden.
Wat betreft de kosten:
Op grond van artikel 22 WOR komen redelijke kosten van rechtsbijstand in beginsel voor rekening van de werkgever, voor zover zij samenhangen met de taakuitoefening van de OR.
De OR moet de bestuurder vooraf informeren over het inschakelen van externe bijstand en de te verwachten kosten.
Het gaat om kennisgeving, niet om toestemming.
Een artikel 26-procedure is daarmee een serieuze stap.
Niet alleen juridisch, maar ook in de onderlinge verhouding.
Wat betekent beroep voor de relatie met de bestuurder?
Een beroepsprocedure zet spanning op de overlegrelatie. Tegelijkertijd laat het zien dat de OR zijn wettelijke rol bewaakt. In organisaties waar het adviesrecht onder druk staat of structureel laat wordt betrokken, kan het instellen van beroep een noodzakelijke correctie zijn. De strategische vraag voor de OR is dan: Wat betekent het voor onze positie als wij dit laten passeren? En wat betekent het als wij het wél aanvechten?
Do’s en Don’ts
Do’s
- Analyseer concreet waar het proces tekortschiet. Benoem feiten: informatie, timing, motivering, belangenafweging.
- Weeg juridische én strategische aspecten. Een sterke zaak kan relationeel gevolgen hebben.
- Schakel tijdig juridische expertise in. Wacht niet tot de termijn bijna verstrijkt.
- Houd de argumentatie zakelijk. De Ondernemingskamer kijkt naar onderbouwing, niet naar emotie.
- Informeer de bestuurder vooraf over externe bijstand. Dat hoort bij professioneel handelen.
Don’ts
- Beroep zomaar inzetten als onderhandelingstactiek. Het is een rechtsmiddel, geen drukmiddel.
- De termijn onderschatten. Na één maand vervalt de mogelijkheid tot beroep.
- Verwachten dat de Ondernemingskamer het beleid overneemt. De toets gaat over redelijkheid, niet over beleidskeuzes.
- Alleen naar de uitkomst kijken. Vaak zit de kern in het proces.
Samenhang met andere artikelen
Artikel 26 raakt aan bredere vragen over de kwaliteit van medezeggenschap:
- Artikel 24: hoe zorg je ervoor vroeg betrokken te zijn én afspraken te maken over de rol van de OR bij de besluitvorming?
- Artikel 25: de procedure is essentieel, de kwaliteit van het advies eveneens om een goede kans te maken bij de Ondernemingskamer
- Artikel 31: het goed geïnformeerd zijn en daar ook actief naar vragen is essentieel
- Artikel 36: dit algemeen geschillenrecht is niet van toepassing rond het adviesrecht, artikel 25, maar wel op het instemmingsrecht en alle andere artikelen in de WOR.
Beroepsrecht gaat niet alleen over procederen. Het gaat over de manier waarop besluiten in de organisatie tot stand komen – en over de rol van de OR daarin.
Tot slot
Artikel 26 WOR is het sluitstuk van het adviesrecht.
Het biedt een route wanneer zorgvuldigheid in het besluitvormingsproces tekortschiet.
Kijk naar jullie eigen praktijk:
- Worden adviezen zichtbaar meegewogen?
- Is het proces rondom artikel 25 strak georganiseerd?
- Weten jullie wanneer artikel 26 in beeld komt?
Een OR die het beroepsrecht begrijpt, staat steviger in het overleg – ook zonder het direct in te zetten.
Wil je als OR of DB scherper leren beoordelen wanneer artikel 26 aan de orde is en hoe je die stap zorgvuldig afweegt? Neem contact op met een van onze adviseurs. Wij ondersteunen OR-en bij het versterken van hun positie in advies- en beroepsprocedures – juridisch onderbouwd en bestuurlijk doordacht.
Ook interessant
Vragen naar aanleiding van onze blogs?
Onze collega Annette is onder andere verantwoordelijk voor de blogs. Ze beantwoordt graag je vragen!




