Een voorbeeld van vernieuwing van medezeggenschap in de Jeugdzorg: onlangs was ik bij de ondernemingsraad van een instelling voor jeugdzorg. De ondernemingsraad had het idee dat hij onvoldoende tijdig betrokken werd. Bestuurder vond dat zij alles deed om de OR goed te informeren. Maar wat is betrekken? De cliëntenraad had ook het idee dat zijn bijdrage onvoldoende meerwaarde had. OR en cliëntenraad togen samen naar een villa in een glooiend landschap om samen te denken: wat te doen? En…..ze kwamen met een gemeenschappelijk hartstochtelijk verhaal naar buiten.

Turbulentie in jeugdzorg

coins-948603_1920Er zijn twee wetten: de jeugdwet en de wet op de ondernemingsraden die legitimeren dat er een cliëntenraad en een ondernemingsraad is. De één voor de ene groep belanghebbenden en de ander voor de andere groep. Daar is niets mis mee in een redelijk stabiele omgeving. De transitie van de jeugdzorg naar de gemeenten maakt dat de beweging vele malen dynamischer, turbulenter en onzekerder is dan voorheen. Steeds meer lijkt het alsof gemeenten het aanbod bepalen op basis van budgettaire mogelijkheden en veel minder op basis van wat cliënten nodig hebben en wat professionals verstandig lijkt. Hierdoor zijn ook veel jeugdzorginstellingen aan een enorme veranderslag bezig en hebben de OR-en het behoorlijk druk. En hierdoor hebben de cliënten(raden) het gevoel dat ze langzaam maar zeker de grond onder de voeten helemaal kwijt zijn.

Gelijke belangen

Het lijkt er in eerste instantie op alsof medewerkers en cliënten verschillende belangen hebben. In de praktijk blijkt dat mee te vallen. Echte professionals zijn enorm betrokken bij de cliënten. Uiteraard gaan er dingen mis in de organisatie, maar in de meeste gevallen hebben zowel cliënt als medewerker daar last van. Tijdens een gezamenlijke trainingsdag van ondernemingsraad en cliëntenraad, waarbij beiden zich bogen over een aantal innovatieprojecten die startten (beiden hadden hierop adviesrecht), kwam al snel naar boven dat men er weinig brood in zag om inhoudelijk te adviseren over de diverse projecten. Door hun oogharen kijkend naar de projecten zagen beiden:

  • dat de innovatievoorstellen vooral voortkwamen uit de behoeften van de klant (de gemeenten) en veel minder vanuit cliëntvragen en dat er een behoefte is om innovatie meer te laten voortkomen uit een dialoog in de driehoek cliënten-professionals-organisatie;
  • dat de manier waarop de organisatie systemen en controlemechanismen stapelen wel pogingen doet om fouten te voorkomen (in het belang van de cliënt en organisatie), maar dat de hoeveelheid bureaucratie die dit met zich meebrengt vervolgens ertoe leidt dat medewerkers minder tijd kunnen besteden aan de cliënt (medewerker en cliëntbelang);
  • dat de cliënten graag met de professionals en de organisatie samen rond de tafel willen over wat hen nu werkelijk drijft, wat échte kwaliteit van dienstverlening is en wat voor elke cliënt in de basis essentieel is.

De cliëntenraad en ondernemingsraad kwamen tot de conclusie dat er veel gelijke belangen zijn.

Naar één gemeenschappelijke agenda en één overlegtafel

En zo kwamen ondernemingsraad en cliëntenraad tot één A4-tje met een gemeenschappelijke missie en agenda op hoofdlijnen. Hierover hadden zij vervolgens een gezamenlijk overleg met de Raad van Bestuur. Die was zeer gecharmeerd van het feit dat beiden samen op wilde trekken op basis van deze agenda en gingen direct in op de suggestie van de voorzitter van de ondernemingsraad om gezamenlijk op korte termijn input te leveren voor de uitwerking van het meerjarenbeleidsplan. Er ontstond direct een meer open klimaat waarin de behoefte aan dialoog en samenwerking leidend was en niet langer het hoofdstuk 4.2.b over medezeggenschap in de Jeugdwet of de artikelen 25 en 27 uit de Wet op de Ondernemingsraden. Inhoud en belang staan voorop.

De grootst mogelijke kleine stap

activity-316722_1280Wij zien vaak discussies over vernieuwing van medezeggenschap waarbij hemelbestormende ideeën en stevige modellen met inspirerende namen leidend zijn. Natuurlijk is het goed als er nieuwe ideeën en modellen ontstaan, zolang deze inspireren en niet als nieuwe wet toegepast moeten gaan worden. Het moet wel werken! Of zoals mijn Rotterdamse docent veranderkunde Ed van Leeuwen die modellen (vaak matrix-achtige dingen) noemde: “het zijn en blijven gewoon patatsnijders, de werkelijkheid is toch altijd net even iets anders”. Hij had gelijk. Om echte beweging te realiseren is een wenkend perspectief noodzakelijk, maar de weg ernaar toe moet wel gewoon kunnen werken. Pragmatisch kijken naar waar de ruimte voor beweging is en niet zoals Mao met zijn rode boekje een bloedige revolutie ontketenen. Ga op zoek naar de grootst mogelijke kleine stap. Waarop zit energie? Wat zijn de drijfveren? Wat zijn de mogelijkheden van de mensen die deelnemen?

En dan wel weer verder durven kijken

De Raad van Bestuur zag natuurlijk wel dat er ruimte zat om verder te kijken. Onderzoeken welke andere wegen er nog zijn om de inbreng van medewerkers en cliënten te optimaliseren. Inzet van slimme social media wellicht? Inrichten van een handig en laagdrempelig forum? Kunnen op die manier meer cliënten betrokken worden? Zodra de eerste stap gezet is, ontstaat bijna vanzelf de behoefte om verder te kijken.

Lees meer over andere vernieuwende medezeggenschap in de zorg!