Vernieuwing van medezeggenschap is nodig omdat de omgeving verandert en de medezeggenschap daarbij moet blijven aanhaken.  Vernieuwing moet echter geen doel op zich zijn. Geen kunstje om het even anders te gaan doen vanaf morgen.

Anders doen is anders denken en andersom

Vernieuwing en dus anders ‘doen’ vraagt diepgaande interventies. Anders doen start minstens bij anders denken. En dat geldt voor iedereen die bij medezeggenschap betrokken is. Een duurzame vernieuwing vraagt van alle betrokkenen overeenstemming in anders denken. Dat begint met een dialoog over nut en noodzaak, zienswijzen en uitgangspunten. Het stellen van de juiste vragen die tot nadenken aanzetten. Welke knelpunten dagen ons uit tot vernieuwing? Welk resultaat moet de beoogde vernieuwing opleveren? Want vernieuwing is het proces om te komen tot iets nieuws, iets anders, maar het is niet het resultaat zelf.

Soms laat het resultaat zich niet eenduidig omschrijven. Behalve dat je weet dat het ‘anders’ wilt. Een nieuwe richting, zonder dat we exact weten wat we, als we de nieuwe weg inslaan gaan bereiken. Wel weten we dat we weggaan van het oude. En al trekkend zonder reisgids of gedetailleerde routekaart op zoek naar het nieuwe. Organisch veranderen heet dat. Daar kunnen we ook nog wel een blog over schrijven. Dat terzijde.

In geval van overeenstemming over de fundamentele basis, is de volgende stap te bepalen op welke manier het anders denken vorm kan krijgen in anders doen. Ze moeten op elkaar aansluiten. Dat vraagt een precieze blik op de beoogde actie en hoe dat het anders denken tot uiting brengt. Dat vraagt continu reflectie op acties en interventies. Iedere keer bijhouden of ze niet alleen aansluiten op het anders denken maar ook bijdragen aan het anders doen. En andersom. Iedere actie is een nieuw resultaat van het vernieuwingsproces. En dat kan in meerdere loops doorgaan. downloadZo hebben we niet alleen de loop van het leren, vallen en opstaan, maar ook loops van afleren. Het is moeilijk om iets nieuws te leren zonder het oude af te leren. Sommigen zien die loops als ‘terugval’, beter is het om als onderdeel van het leerproces te zien. Weleens een kind gezien die ineen keer rechtop staat en direct ook nog kaarsrecht begint te lopen zonder weer te vallen?

Wat essentieel bij vernieuwing is dat het niet altijd in eerste instantie gaat om ander gedrag. Gedrag kan bijna iedereen leren (trucje), waar het om gaat is dat je de redenen waarom dat nieuwe gedrag gewenst is, omarmt met overtuiging, of in elk geval, je gaat akkoord met het idee om het te proberen en je staat open voor feedback en reflectie. Uiteindelijk gaat het niet alleen om nieuwe overtuiging en nieuw gedrag, maar om het opnemen van de gewenste richting in wat je als belangrijk ervaart in de manier waarop je met elkaar samenwerkt. Het is niet alleen een overtuiging, maar een kernwaarde geworden. Vernieuwing is ook het continu herbevestigen en aanscherpen waarom we dit pad waren ingeslagen. Maar ook tussendoor met open vizier praten of een ander zijpad wellicht sneller of tot beter resultaat leidt. Experimenteren hoort bij vernieuwen. En experimenten mogen ook ‘mislukken’, anders leren we er niet van.

Uiteindelijk heeft het vernieuwingsproces  mensen geleerd om ‘vanzelf’ anders te denken. En het anders doen is dan een logisch gevolg. Als vernieuwen vervolgens een tweede natuur wordt, is het een volgende keer minder bedreigend, sterker nog, dan wordt anders denken vanzelfsprekend.