Ondernemingsraden vergaderen. Vergaderen hoort erbij, is nodig om tot besluiten te komen. Het hoeft ook niet erg te zijn om te vergaderen. Toch kán het soms heel erg zijn om te moeten vergaderen. Als het doel niet helder is, als de structuur onduidelijk is of niet helpt om tot besluiten te komen, als we neuzelen in een ritueel, of als we volkomen ongedisciplineerd en onvoorbereid naar elkaar zitten te staren, half te luisteren naar wat die ene die zich wel heeft voorbereid wel te zeggen heeft. Enzovoorts. Daarom als een halve Kerstboodschap en ‘ter lering ende vermaek’, een column van Remco Campert uit 1986, uit de bundel Tot Zoens.

Vergaderen

Nou, zullen we dan maar beginnen, stelt iemand voor. Er is altijd wel iemand die voorstelt om dan maar te beginnen. Het groepje vergaderbelusten komt langzaam tot zwijgen. Hans is er nog niet, zegt dan iemand. Zonder Hans kunnen we eigenlijk niet beginnen. Er is ook altijd wel iemand die er nog niet is en zonder wie eigenlijk niet begonnen kan worden. Hans is heel belangrijk in verband met punt 2 van de agenda. Punt 2 van de agenda behelst de toestand van de financiën. Hans zal de vergadering van de Stichting in oprichting ‘Het Plan’ toch niet vergeten zijn? Laten we nog maar even wachten, beslist Hein, die de voorzitter is, maar daar wel de allure voor heeft. Er is geen voorzitter, want iedereen heeft evenveel te zeggen en als ik er doorheen wil schreeuwen dan doe ik dat gewoon. In theorie tenminste, in praktijk blijkt Hein de voorzitter te zijn, of we zo’n figuur nou willen hebben of niet. We kunnen punt 2 ook naar achteren schuiven op de agenda en dan maar hopen dat Hans in die tijd op komt dagen, want hij is de man die alles van de financiën weet. Maar als we punt 2 naar achteren schuiven op de agenda kunnen we punt 3 nauwelijks behandelen en dat is ongetwijfeld het belangrijkste punt dat op deze vergadering van de Stichting in oprichting ‘Het Plan’ ter sprake zal komen: namelijk wèlk plan? En de uitvoeringsmogelijkheden van welk plan dan ook hangen nauw samen met de staat van de financiën. En zolang we niet beslist hebben wèlk plan kunnen we ook geen subsidie aanvragen, zodat het eigenlijk ook weer moeilijk is om over punt twee, de financiën, te praten. Een slang die zichzelf in de staart bijt. Veel staat er nog niet vast op het ogenblik. Er is een plan om een plan te maken en er is het idee om daarvoor subsidie aan te vragen. Wat de besluitvorming betreft zijn we dus al een eindje op weg – het gaat er nu meer om de spijkers met koppen. We moeten toch maar vast beginnen, zegt Hein, dan hebben we, als Hans komt, toch alvast iets gedaan. Ik stel voor dat we punt 1 van de agenda alvast behandelen, vervolgt mobile-phone-and-mug-on-office-deskHein, is daar iemand tegen? Nee, daar is niemand tegen. Punt 1 van de agenda, zegt Hein, is de opening van de vergadering door de voorzitter. Is er iemand tegen dat ik zolang voorzitter ben – gewoon voor het gemak? Niemand heeft een beter voorstel. Dan open ik hierbij de vergadering, zegt Hein en slaat met zijn hand in een punaise, bij gebrek aan voorzittershamer. Als hij zich weer wat beter voelt, zitten we een tijdje zwijgend om de tafel. Tja, zegt Hein, punt 1 is dus afgehandeld, maar punt twee kunnen we zonder Hans niet behandelen. Maar misschien kunnen we punt vier vast doen, oppert iemand. Punt 4, wat is dat? Dat is de rondvraag. Dat lijkt me niet zo’n goed idee, zegt Hein, want als iemand straks nog iets wil vragen, dan kan dat dus niet meer, omdat we de rondvraag al gehad hebben. Dan zit je dus meteen al aan punt 5, de sluiting van de vergadering. Maar we moeten toch iets doen, zegt iemand, ik stel voor dat we de rondvraag toch maar vast afhandelen. Ik neem het voorstel niet over, zegt Hein, maar ik zal het in stemming brengen bij handopsteking. Als we de hand eraf trekken van een van de leden die twee handen heeft opgestoken blijken de stemmen te staken. Daar zitten we dan. Wat nu? Allen kijken vol verwachting naar de voorzitter, maar die weet het ook niet. Dan zegt iemand, ik heb een hoe heet het ook alweer, voorzitter. Wat bedoel je, vraagt Hein. Een eh, kom nou, het heeft een naam. Een voorstel….. nee wacht even, een motie van orde…. Daar schrikt de voorzitter danig van. Wat is dat dan? vraagt hij angstig. Nou, dat is dat je er iets tussendoor mag zeggen en dat jij dan luistert. Nou, dat weet ik nog zo net niet, zegt Hein, dat zullen we dan toch met handopsteking moeten besluiten. Hè gat, kr155hijgen we dat weer, zegt iemand, daar ben ik eigenlijk niet voor. Waarvoor?  vraagt de voorzitter. Voor handopsteking, zegt iemand, ik bedoel, dan ziet iedereen wat je denkt, ik ben ervoor dat het via geheime stemming gaat, op briefjes dus die alleen maar gelezen en geteld worden door de commissie. Welke commissie? vraagt de voorzitter. De commissie die we nu gaan benoemen allicht, zegt degene van wie het idee van een idee afkwam. Wacht eens even, waar zijn we nu eigenlijk mee bezig, roept een tot nu toe niet gehoord lid van de Stichting in oprichting ‘Het Plan’. Ik bedoel, waar hebben we het eigenlijk over, jongens? We moeten stemmen, zegt Hein, of we een geheime stemming willen hebben of niet. Over wat? Ja hoor eens, zo zitten we hier vannacht nog te vergaderen. Laten we nou eerst die geheime stemming houden, dan zien we later wel weer waarover. Bij welk punt hoort dit nu? vraagt iemand. Ik heb dorst, zegt een ander. Laten we de vergadering verdagen, zegt een derde. Dat wil dan toch wel eerst in stemming brengen, zegt de voorzitter. Er beginnen grote brokken kalk uit het plafond naar beneden te komen. In de schoorsteen klinkt angstaanjagend gehuil. Sinterklaas valt vroeg dit jaar. Voor je het weet is het Pasen.

Remco Campert, Tot Zoens, verhalen, 1986 Bezige Bij